7 veelgestelde vragen over vakantiedagen

Geplaatst door Robert Half 23/09/2019

Een verre reis maken, lekker in huis klussen of simpelweg een dag helemaal niks doen – iedereen heeft het nodig om even helemaal van zijn werk los te komen. Gelukkig is het recht op vakantiedagen bij wet geregeld. Maar hoe zit het nu precies? Wat mag een werknemer verwachten en wat hoeft een werkgever niet toe te staan? Wij zetten zeven veelgestelde vragen én de antwoorden op een rij.

1.    Hoeveel vakantiedagen heeft een werknemer?

Iedereen heeft elk jaar recht op vier keer het aantal dagen dat hij per week werkt. Bij een fulltime-dienstverband, waarbij je vijf dagen per week werkt, komt dat dus neer op twintig vakantiedagen per jaar. Is een werknemer minder dan een jaar in dienst? Dan wordt naar ratio berekend op hoeveel vakantiedagen hij recht heeft. In veel cao’s is trouwens een hoger aantal vakantiedagen vastgelegd. En ook een werkgever die niet volgens een cao werkt, biedt vaak meer vakantiedagen dan het wettelijk minimum: de zogenoemde bovenwettelijke vakantiedagen. Een mooie manier om zich te onderscheiden van concurrenten.

2.    Mag een werkgever een vakantieverzoek weigeren?

Dat mag, maar alleen in heel uitzonderlijke gevallen. De werkgever moet kunnen aantonen dat de vakantie van de werknemer leidt tot ernstige verstoring van de bedrijfsvoering. Een werkgever kan ook in de arbeidsovereenkomst vastleggen dat een werknemer in een bepaalde periode geen vakantiedagen mag opnemen. Denk aan een piektijd, waarin alle werknemers keihard nodig zijn.

3.    Mag een werkgever verplichte vrije dagen aanwijzen?

Werkgevers mogen niet alleen weigeren dat werknemers een vrije dag opnemen, ze hebben ook de mogelijkheid hen juist te verplichten dat wél te doen. Waarom ze dat zouden willen? In een rustige periode kan een bedrijf misschien best sluiten. De dag na Hemelvaart is bijvoorbeeld in veel organisaties zo’n verplichte vrije dag. Of in het zuiden van Nederland de maandag tijdens carnaval. Dat moet dan alleen wél zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Bovendien gaat het hier altijd om doorbetaald verlof – werknemers kost het dus alleen een vakantiedag.

4.    Wat gebeurt er als een werknemer ziek wordt tijdens zijn vakantie?

De werknemer moet ziekte tijdens zijn vakantie officieel melden bij zijn werkgever. Dan worden de vakantiedagen waarop hij ziek is namelijk omgezet in ziekteverlof. En dat betekent dat deze werknemer geen verloren vakantiedagen heeft.

5.    Mag een werknemer tijdens ziekte op vakantie gaan?

Soms is een werknemer langere tijd ziek, bijvoorbeeld door een burn-out. In overleg met zijn werkgever mag hij dan toch op vakantie gaan. Voorwaarde is wel dat die vakantie het herstel niet in de weg staat. Maar je kunt je voorstellen dat een vakantie zo iemand júíst goed kan doen. Overigens moet het opnemen van vakantiedagen tijdens ziekte wel altijd in overleg met de werkgever én met de Arbodienst gebeuren.

6.    Kan een werknemer vakantiedagen opsparen?

Een werknemer mag resterende vakantiedagen meenemen naar het volgende kalenderjaar. Deze dagen moet hij echter wel binnen zes maanden opnemen. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een houdbaarheid van vijf jaar. Medewerkers moeten wel de ruimte krijgen om hun vakantiedagen in te zetten. Lukt dat niet, bijvoorbeeld door extreme drukte, dan mag de werknemer zijn vakantiedagen nog langer bewaren.

7.    Mag een werkgever resterende vakantiedagen uitbetalen?

Als een werknemer dat wil, mogen de vakantiedagen die hij niet opmaakt worden uitbetaald. Maar let op: dat geldt alleen voor de bovenwettelijke vakantiedagen. De wettelijk verplichte vakantiedagen komen niet in aanmerking voor uitbetaling – behalve als de werknemer uit dienst treedt.

Altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Meer blogposts...